12 tips voor interviewers

Een interview afnemen, dat is toch het makkelijkste wat er is? Je schrijft een paar vragen op een lijstje, zet je recorder aan en loopt ze één voor één af.

Ja, zo moet het dus niet.

Net als schrijven is interviewen een vak. Sommigen hebben er meer talent voor dan anderen, maar het goede nieuws is dat interviewen te leren is. Of je er nu van droomt om de volgende Jeroen Pauw te worden of de koffiejuffrouw wil featuren in je bedrijfsnieuwsbrief, hierbij 12 nuttige interviewtips:

1. Neem het interview op…

Er zijn nog steeds journalisten die driftig meepennen met de antwoorden van de geïnterviewde. Hoewel ik deze ambachtelijke gewoonte bewonder, kun je een interview echt beter opnemen om later in alle rust uit te werken. Je bent dan beter in staat je volledige aandacht bij het gesprek te houden. Bovendien ben je er zo ook zeker van dat je de ander goed citeert.

2. …en vertrouw niet op je geheugen.

Voor mijn eerste grote interview gebruikte ik een ouderwetse casetterecorder. Eenmaal thuis bleek dat de batterijen leeg waren. Er stond niets op de band en ik had geen aantekeningen gemaakt. Wonder boven wonder heb ik het hele interview in een rush van adrenaline uit mijn geheugen opgediept. Als het moet kan het, maar ik raad het niemand aan.

3. Gebruik een vragenlijst…

Het is altijd goed om van tevoren een vragenlijst te maken. In de eerste plaats dwingt dat je na te denken over welke onderwerpen je in het interview wil behandelen en wat je precies van de ander te weten wil komen.

Ten tweede is een vragenlijst een nuttige backup waar je op terug kan vallen zodra het gesprek stokt en je even geen vervolgvraag te binnen schiet. Niets is vervelender als een interviewer die plotseling met zijn mond vol tanden staat en begint te stamelen.

4. …maar houd ruimte voor improvisatie.

Ga aan de andere kant niet dwangmatig één voor één al je vragen lopen opdreunen, want dat is dodelijk voor de spontaniteit van het interview. Een goed interview is een organisch gesprek, geen kruisverhoor. Doorgaans volgt een vraag als vanzelf op het antwoord dat je interviewkandidaat geeft. Ik volgde ooit een cursus bij een door de wol geverfde interviewer, die als hem van tevoren werd gevraagd wat de vragen waren steevast antwoordde, ‘Geen idee, want ik weet niet wat uw antwoorden zijn’.

Houd dus ruimte om te improviseren en spontane vervolgvragen te stellen. Als een bankdirecteur je terloop vertelt dat hij met Occupy heeft meegedemonstreerd (helaas, een fictief voorbeeld) en je vraagt daar niet op door omdat het niet op je vragenlijstje stond, mis je een schot voor open doel.

5. Pas je kleding aan.

Met je kleding zend je ook een signaal uit. Denk daarom even na wat je aantrekt naar je interview en probeer underdressen en overdressen te vermijden. Als je een havenarbeider moet spreken laat je je driedelige pak in de kast hangen. Daarentegen kun je beter niet al te casual verschijnen in een interview met een directeur of politicus. Probeer als interviewer niet teveel uit de toon te vallen. Het gaat tenslotte niet om jou, maar om die ander.

6. Wees niet bang voor stiltes

Raak niet in paniek als de geïnterviewde een paar seconden stil is nadat je een vraag hebt gesteld. Soms moeten mensen even nadenken om hun antwoord te formuleren, vooral als de vraag een gevoelige snaar raakt. Geef ze die tijd en ga niet na twee tellen je vraag herformuleren of, erger nog, afzwakken.

Als praktische vuistregel kun je vijf seconden stilte laten vallen. Dat lijkt kort, maar in de praktijk voelt dat soms als een eeuwigheid. Blijft het daarna nog steeds stil, stel dan de vraag anders of stel een andere vraag.

7. Koetjes en kalfjes éérst…

Mocht je iemand interviewen die in een pijnlijke scheiding ligt, begin je interview dan niet meteen met de vraag hoe ze de kinder